Doelstellingen hsv Helpt Elkander
Motto
Vissen
is er voor iedereen.
Dat is het motto van
hsv Helpt Elkander. Vissen is een volks- sport die voor nagenoeg
iedereen bereikbaar moet blijven.
Faciliterend
Wie lid wordt van hsv Helpt Elkander en zich zo een VISpas
aanschaft, wordt in staat gesteld om te vissen
in de prachtige verenigingswateren én 80% van alle
Nederlandse binnenwateren!
De jeugd
heeft de toekomst.
Voor de Hattemer jeugd
vanaf negen jaar verzorgt de vereniging in het voorjaar gratis
viscursussen en wedstrijden
om de jeugd het
plezier van het vissen te laten beleven en in contact te brengen
met de
natuur.
Diverse technieken kunnen worden geleerd, zoals het maken van
tuigjes, het optuigen van een
hengel en het maken van visvoer. Daarnaast is er ook veel aandacht voor
zaken als milieu en natuur, omgang met gevangen vissen en
vissersgedrag.
Voor het basisdiploma
sportvissen is het lesmateriaal van Sportvisserij Nederland de
leidraad. De
kinderen
kunnen na de lessen, gewapend met een vaste hengel,
kennismaken met
het
viswater en hun zelfgemaakte tuigje testen! De
deelnemers ontvangen een gratis lidmaatschap van Helpt Elkander
wanneer alle lessen zijn gevolgd.
Organisatie
Een klein deel van de VISpas-kosten is
verenigingscontributie. Ongeveer driekwart ervan gaat naar
de overkoepelende organisaties
Sportvisserij Nederland en Sportvisserij Oost- Nederland waarbij de
meeste hengelsportverenigingen zijn aangesloten.
Aan die organisaties heeft de
vereniging veel taken, die beter in groter verband
kunnen worden gedaan, uitbesteed. Voorbeelden zijn:
Beheer van en handhaving (BOA's) op wateren, promotie hengelsport
(Vis-TV), geven van cursussen, overleg en samenwerking met overheden
(bijv. waterschappen), centrale ledenadministratie
en uitgifte van een uniforme visvergunning (VISpas).
HSV Helpt Elkander
onderschrijft dan ook de
doelstellingen
van Sportvisserij
Nederland.
Vissen
toen en nu
Vissen toen
In de jaren vijftig van de vorige eeuw trok
de vissser er nog met een zware bamboehengel
op uit om buit te
verzamelen.
De vis was gevangen en
moest meegenomen en gegeten worden,
tegen heug en meug
desnoods (Jan Schreiner).
De bamboehengel maakte begin jaren zestig plaats
voor een
vaste
stok en korte werp- hengel van glasvezel. De laatste kon
breder worden ingezet maar bleef een aanvulling op
de vertrouwde vaste stok bij het vissen op witvis.
Hengelsportpionier
Jan
Schreiner
was toen al vijftien jaar dé promotor
van nieuwe en intrinsieke waarden van de hengelsport.
Hij propageerde het
lichte
en
weidelijke
vissen
en beschreef in zijn boeken de sensatie van
het
drillen
waarbij de vis
ook
een kans
zou krijgen. Hij bepleitte een herwaardering van de
snoek, niet als woeste plunderaar van de Nederlandse wateren
maar als medezorgdrager voor een
gezond visbestand vanwege zijn predatie van voornamelijk zieke en
gewonde vis.
Het Nieuwe Vissen
Nieuwe
technieken uit Engeland
zijn de laatste decennia komen overwaaien en hebben hun intrede
gedaan. De moderne recreatieve visser schaft zich -
in plaats
van een vaste stok - de
Nieuwe
Hengel aan -
een vliegen-,
feeder-,
match- pen- of karperhengel -. Dit is een
handzame ca. vier meter lange hengel met molen of reel
waarmee grote afstanden kunnen worden
overbrugd, grote vissen gevangen en tegelijkertijd licht kan worden
gevist.
Dit was niet mogelijk met de lange stok van weleer.
Bij beginners is de vaste stok, tot een lenge van ca. zeven
meter, nog wel populair o.a.
vanwege de eenvoud en betaal- baarheid.
Respect voor de vis
en brede natuurzorg spelen nu een belangrijke rol en vissen is
bele- ven
en
verheven tot sport. Een fototoestel is nu het
'leefnet'.
Dit
recreatieve (sport)vissen is voor miljoenen gehaaste
Nederlanders
dé manier is
om terug te keren naar de basis, de natuur.
De uitgebalanceerde mix van natuurbeleving, rust en
avontuur doet de opgejaagde mens weer tot zichzelf te komen en
artsenbezoek besparen.
Intrinsieke
waarde
- Wim
Schreurs
Het begrip 'intrinsieke waarde' is iets waarmee de hengelaars -
maar niet de
hengelaars alleen - regelmatig te maken
krijgen. Het begrip 'intrinsieke waarde' van dieren
is namelijk opgenomen in de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren en
in de toelichting bij de Flora- en Faunawet.
De
dierenbescherming was ooit een voorstander van het opnemen
van deze
intrinsieke waarde van het dier als uitgangspunt in wetgeving
die met
dieren te maken heeft. Leden van de Tweede Kamer en de toenmalige
minister van het voorheen Ministerie van Landbouw,
Natuurbeheer en
Visserij zijn hierin meegegaan.
Elk dier zou een eigenwaarde als
individu hebben. Die zou onafhankelijk zijn van de waarde die de mens
aan dat dier om commerciële of andere reden toekent.
Het begrip
intrinsieke waarde is echter voor verschillende uitleg vatbaar. Alleen
de mens kan
namelijk iets een bepaalde waarde toekennen.
Dieren kennen elkaar geen waarde toe. Roofdieren hebben
bijvoorbeeld voor prooidieren geen enkel pardon en de enige waarde die
een voorn voor een snoek heeft, is zijn 'voedingswaarde'.
Kenmerkend voor het begrip 'intrinsieke waarde' is dat het mensgebonden
is en dat het door iedereen verschillend wordt ingevuld.
Natuurlijk kennen ook hengelaars de door hen
gevangen vis
een bepaalde waarde toe. Die waarde is echter persoonsgebonden. Een
hengelaar kent een vis een andere waarde toe dan een natuurbeschermer.
En een hengelaar kent een vis die hij in het kanaal vangt een andere
waarde toe, dan de goudvis die hij thuis in een kom of tuinvijver
houdt. En is de gevangen vis een snoekbaars die hij diezelfde avond nog
wil bakken, dan heeft ook die vis weer een heel andere waarde dan een
mooie ruisvoorn die hij, na hem te hebben bewonderd, in het kanaal
terugzet.
Ook een dierenbeschermer heeft - tenminste
als hij geen vegetariër is - ten opzichte van dieren een
tweeslachtige
houding. Hij vindt dat dieren een intrinsieke waarde hebben en is
daarom van mening dat je ten koste van dieren geen plezier mag hebben.
Toch nuttigt zo iemand op een feestje met smaak een toastje met zalm of
een bitterbal.
Ieder mens maakt een afweging wat wel en
niet met dieren kan. En bij de afweging van de waarde van ongewervelde
dieren als vliegen, wormen, schelpdieren en bacteriën slaat de
weeg-
schaal al snel in het voordeel van de mens door.
Het begrip
'intrinsieke waarde' is nu echter een soort uitgangspunt geworden in
twee - voor ons - zeer belangrijke wetten.
Wat zijn daarvan de
gevolgen voor mensen die 'iets' met dieren doen, zoals hengelaars? Dat
elk dier intrinsieke waarde zou hebben, betekent dat je als mens geen
inbreuk daarop mag plegen. Met ander woorden: 'de dieren met rust moet
laten', behalve wanneer een maatschap- pelijk belang dat noodzakelijk
zou
maken.
Je mag daardoor in principe niets met dieren
doen, tenzij je daar een goede reden voor hebt. Als hengelaar heb je
inderdaad een goede reden om te vissen: je ontspannen in de natuur. De
hengelsport is van een duidelijk maatschappelijk belang: jaarlijks
vissen in Nederland een paar miljoen miljoen mensen en zij geven aan
hun vrijetijdsbesteding een half miljard euro uit.
Praktisch alle hengelaars zijn zich ervan bewust dat vissen
levende dieren zijn die je - als je ze gevangen hebt - met respect moet
behandelen. Daar hebben we geen dure woorden voor nodig!
Wim
Schreurs , 39 jaar
voorzitter
De vis en ik, eindelijk alleen
...
- Jan
Schreiner
Aan hen die aan het leven
een zware dobber hebben en
daarmee geen genoegen nemen.
Jaarlijks gaan vele duizenden Nederlanders over
tot sportvisserij.
Ik geloof dat het komt door de afnemende mogelijkheid zichzelf te zijn.
In ons drukke land is het
moeilijk een
ontspanning te vinden, die niet
onderbroken wordt door anderen en andersdenkenden. Wie de stilte zoekt
van een bos, wordt al heel spoedig geconfronteerd met mobieltjes en
muziek. En het geraas van snelwegen of de stank van uitlaatgassen
achtervolgt
ons tot op het smalste
landweggetje.
Maar vele honderden meren en polders
zijn nog werkelijke
werelden van onbetaalbare rust, die uitsluitend de visser kan
ervaren.
Zeg niet ik heb geen geduld voor vissen;
vissen is
niets
voor mij. Leer eerst begrijpen, wat vissen is.
Er zijn er die hebben gezegd, dat vissen filosoferen is; een sport voor
wijsgeren. En in de stijl van hun schrijverij kwam dit voorbeeld
misschien wel te pas.
Psychiaters bevelen het hun cliënten aan, als medicijn tegen
gekende en onbewuste neurose, overspannenheid en gejaagdheid,
verkrijgbaar
is zonder recept en kostendekkende verzekering. En de
frequentie, waarmee men actief is op dit gebied, houdt gelijke tred met
verbetering en genezing.
De
techniek is gestegen tot duizelingwekkende hoogten, maar de mens is
lichamelijk en geestelijk dezelfde gebleven. Een gecompliceerd geval
vol spanningen en zorgen, die om een uitlaat vragen. Geen
technische, die leidt tot psychisch verval, maar een die
berust op
een
terugkeer naar de 'normaliteit' en de basis.
Zij die vissen zijn zeer vreemde lieden, die een kinderlijk
enthousiasme aan een onbegrijpelijke geestdrift paren, concentratie en
tevens ontspanning van
dat draderige warboeltje, dat zenuwen wordt
genoemd.
Het gaat om dat zeer vroege opstaan dat
we vergeten
zijn. De stille
polders en
de zonsopgang, die we niet meer kennen. Het gaat om de stilte
van broeiwarm rietland; een kring op het water en het verre
roepen van een
onbekende vogel.
Voor een luttel bedrag bent u voldoende uitgerust
om
dit te gaan
ontdekken.
Jan Schreiner
(1917-2006)
© web-layout
VAN HEZEL
2012