Hengelsportvereniging Helpt Elkander


Hengelsportvereniging Helpt Elkander, Hattem is op 30 juni 1951 opgericht en per 11 november 1955 koninklijk goedgekeurd.  Zij is met 1100 leden één van de grootste verenigingen van Hattem en heeft
leden door het gehele land.



Doelstellingen hsv Helpt Elkander

Motto
Vissen is er voor iedereen
. Dat is het motto van hsv Helpt Elkander. Vissen is een volks- sport die voor nagenoeg iedereen bereikbaar moet blijven. 

Faciliterend
Wie lid wordt van hsv Helpt Elkander en zich zo een VISpas aanschaft, wordt in staat gesteld om te vissen in de prachtige verenigingswateren én 80% van alle Nederlandse binnenwateren!
  
vis-ski_zeelt De jeugd heeft de toekomst.
Voor de Hattemer jeugd vanaf negen jaar verzorgt de vereniging in het voorjaar gratis viscursussen en wedstrijden om de jeugd het plezier van het vissen te laten beleven en in contact te brengen met de natuur.
Diverse technieken kunnen worden geleerd, zoals het maken van tuigjes, het optuigen van een hengel en het maken van visvoer. Daarnaast is er ook veel aandacht voor zaken als milieu en natuur, omgang met gevangen vissen en vissersgedrag.
   Voor het basisdiploma sportvissen is het lesmateriaal van Sportvisserij Nederland de leidraad. De kinderen kunnen na de lessen, gewapend met een vaste hengel, kennismaken met het viswater en hun zelfgemaakte tuigje testen! De deelnemers ontvangen een gratis lidmaatschap van Helpt Elkander wanneer alle lessen zijn gevolgd.

Organisatie
Een klein deel van de VISpas-kosten is verenigingscontributie. Ongeveer driekwart ervan gaat naar de overkoepelende organisaties Sportvisserij Nederland en Sportvisserij Oost- Nederland waarbij de meeste hengelsportverenigingen zijn aangesloten.
  Aan die organisaties heeft de vereniging veel taken, die beter in groter verband kunnen worden gedaan, uitbesteed. Voorbeelden zijn:
Beheer van en handhaving (BOA's) op wateren, promotie hengelsport (Vis-TV), geven van cursussen, overleg en samenwerking met overheden (bijv. waterschappen), centrale ledenadministratie en uitgifte van een uniforme visvergunning (VISpas).
   HSV Helpt Elkander onderschrijft dan ook de doelstellingen van Sportvisserij Nederland.



Vissen toen en nu

Vissen toen     
In de jaren vijftig van de vorige eeuw trok de vissser er nog met een zware bamboehengel
op uit om buit te verzamelen. De vis was gevangen en moest meegenomen en gegeten worden, tegen heug en meug desnoods (Jan Schreiner).
   De bamboehengel maakte begin jaren zestig plaats voor een vaste stok en korte werp- hengel van glasvezel. De laatste kon breder worden ingezet maar bleef een aanvulling op de vertrouwde vaste stok bij het vissen op witvis. 
   Hengelsportpionier Jan Schreiner was toen al vijftien jaar dé promotor van nieuwe en intrinsieke waarden van de hengelsport. Hij propageerde het lichte en weidelijke vissen en beschreef in zijn boeken de sensatie van het drillen waarbij de vis ook een kans zou krijgen. Hij bepleitte een herwaardering van de snoek, niet als woeste plunderaar van de Nederlandse wateren maar als medezorgdrager voor een gezond visbestand vanwege zijn predatie van voornamelijk zieke en gewonde vis.

Het Nieuwe Vissen
Nieuwe technieken uit Engeland zijn de laatste decennia komen overwaaien en hebben hun intrede gedaan. De moderne recreatieve visser schaft zich - in plaats van een vaste stok - de Nieuwe Hengel aan - een vliegen-, feeder-, match- pen- of karperhengel -. Dit is een
handzame ca. vier meter lange hengel met molen of reel waarmee grote afstanden kunnen worden overbrugd, grote vissen gevangen en tegelijkertijd licht kan worden gevist.
   Dit was niet mogelijk met de lange stok van weleer. Bij beginners is de vaste stok, tot een lenge van ca. zeven meter, nog wel populair o.a. vanwege de eenvoud en betaal- baarheid.
   Respect voor de vis en brede natuurzorg spelen nu een belangrijke rol en vissen is bele- ven en verheven tot sport. Een fototoestel is nu het 'leefnet'.

Dit recreatieve (sport)vissen is voor miljoenen gehaaste Nederlanders dé manier is om terug te keren naar de basis, de natuur.
   De uitgebalanceerde mix van natuurbeleving, rust en avontuur doet de opgejaagde mens weer tot zichzelf te komen en artsenbezoek besparen.

 

Intrinsieke waarde  -  Wim Schreurs
W.Schreurs
Het begrip 'intrinsieke waarde' is iets waarmee de hengelaars - maar niet de hengelaars alleen - regelmatig te maken krijgen. Het begrip 'intrinsieke waarde' van dieren is namelijk opgenomen in de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren en in de toelichting bij de Flora- en Faunawet.
   De dierenbescherming was ooit een voorstander van het opnemen
van deze intrinsieke waarde van het dier als uitgangspunt in wetgeving
die met dieren te maken heeft. Leden van de Tweede Kamer en de toenmalige minister van het voorheen Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij zijn hierin meegegaan.
   Elk dier zou een eigenwaarde als individu hebben. Die zou onafhankelijk zijn van de waarde die de mens aan dat dier om commerciële of andere reden toekent.

Het begrip intrinsieke waarde is echter voor verschillende uitleg vatbaar. Alleen de mens kan
 namelijk iets een bepaalde waarde toekennen.
   Dieren kennen elkaar geen waarde toe. Roofdieren hebben bijvoorbeeld voor prooidieren geen enkel pardon en de enige waarde die een voorn voor een snoek heeft, is zijn 'voedingswaarde'.
Kenmerkend voor het begrip 'intrinsieke waarde' is dat het mensgebonden is en dat het door iedereen verschillend wordt ingevuld.
   Natuurlijk kennen ook hengelaars de door hen gevangen vis een bepaalde waarde toe. Die waarde is echter persoonsgebonden. Een hengelaar kent een vis een andere waarde toe dan een natuurbeschermer. En een hengelaar kent een vis die hij in het kanaal vangt een andere waarde toe, dan de goudvis die hij thuis in een kom of tuinvijver houdt. En is de gevangen vis een snoekbaars die hij diezelfde avond nog wil bakken, dan heeft ook die vis weer een heel andere waarde dan een mooie ruisvoorn die hij, na hem te hebben bewonderd, in het kanaal terugzet.
   Ook een dierenbeschermer heeft - tenminste als hij geen vegetariër is - ten opzichte van dieren een tweeslachtige houding. Hij vindt dat dieren een intrinsieke waarde hebben en is daarom van mening dat je ten koste van dieren geen plezier mag hebben. Toch nuttigt zo iemand op een feestje met smaak een toastje met zalm of een bitterbal.
   Ieder mens maakt een afweging wat wel en niet met dieren kan. En bij de afweging van de waarde van ongewervelde dieren als vliegen, wormen, schelpdieren en bacteriën slaat de weeg- schaal al snel in het voordeel van de mens door.

Het begrip 'intrinsieke waarde' is nu echter een soort uitgangspunt geworden in twee - voor ons - zeer belangrijke wetten.
   Wat zijn daarvan de gevolgen voor mensen die 'iets' met dieren doen, zoals hengelaars? Dat elk dier intrinsieke waarde zou hebben, betekent dat je als mens geen inbreuk daarop mag plegen. Met ander woorden: 'de dieren met rust moet laten', behalve wanneer een maatschap- pelijk belang dat noodzakelijk zou maken.
   Je mag daardoor in principe niets met dieren doen, tenzij je daar een goede reden voor hebt. Als hengelaar heb je inderdaad een goede reden om te vissen: je ontspannen in de natuur. De hengelsport is van een duidelijk maatschappelijk belang: jaarlijks vissen in Nederland een paar miljoen miljoen mensen en zij geven aan hun vrijetijdsbesteding een half miljard euro uit.

Praktisch alle hengelaars zijn zich ervan bewust dat vissen levende dieren zijn die je - als je ze gevangen hebt - met respect moet behandelen. Daar hebben we geen dure woorden voor nodig!

Wim Schreurs , 39 jaar voorzitter



De vis en ik, eindelijk alleen ...  -  Jan Schreiner

Aan hen die aan het leven een zware dobber hebben en daarmee geen genoegen nemen.

Jaarlijks gaan vele duizenden Nederlanders over tot sportvisserij. Ik geloof dat het komt door de afnemende mogelijkheid zichzelf te zijn.
   In ons drukke land is het moeilijk een ontspanning te vinden, die niet onderbroken wordt door anderen en andersdenkenden. Wie de stilte zoekt van een bos, wordt al heel spoedig geconfronteerd met mobieltjes en muziek. En het geraas van snelwegen of de stank van uitlaatgassen achtervolgt ons tot op het smalste landweggetje.
    Maar vele honderden meren en polders zijn nog werkelijke werelden van onbetaalbare rust, die uitsluitend de visser kan ervaren.
   
Zeg niet ik heb geen geduld voor vissen; vissen is niets voor mij. Leer eerst begrijpen, wat vissen is. Er zijn er die hebben gezegd, dat vissen filosoferen is; een sport voor wijsgeren. En in de stijl van hun schrijverij kwam dit voorbeeld misschien wel te pas.
    Psychiaters bevelen het hun cliënten aan, als medicijn tegen gekende en onbewuste neurose, overspannenheid en gejaagdheid, verkrijgbaar is zonder recept en kostendekkende verzekering. En de frequentie, waarmee men actief is op dit gebied, houdt gelijke tred met verbetering en genezing.
    De techniek is gestegen tot duizelingwekkende hoogten, maar de mens is lichamelijk en geestelijk dezelfde gebleven. Een gecompliceerd geval vol spanningen en zorgen, die om een uitlaat vragen. Geen technische, die leidt tot psychisch verval, maar een die berust op een terugkeer naar de 'normaliteit' en de basis.
    
Zij die vissen zijn zeer vreemde lieden, die een kinderlijk enthousiasme aan een onbegrijpelijke geestdrift paren, concentratie en tevens ontspanning van dat draderige warboeltje, dat zenuwen wordt genoemd.     
   Het gaat om dat zeer vroege opstaan dat we vergeten zijn. De stille polders en de zonsopgang, die we niet meer kennen. Het gaat om de stilte van broeiwarm rietland; een kring op het water en het verre roepen van een onbekende vogel.      
   
Voor een luttel bedrag bent u voldoende uitgerust om dit te gaan ontdekken.

Jan Schreiner  (1917-2006)





     




© web-layout  VAN HEZEL 2012